Icon Left Overzicht
  • 16/07/2026

Weerbaren-column: “Open of gesloten? Hoe ziet de toekomst van Rotterdam eruit?”

Klimaatverandering roept nieuwe vragen op over de toekomst van Nederland. Hoe bereiden we ons voor op een stijgende zeespiegel? Welke keuzes zijn nodig om Rotterdam ook in de toekomst veilig te houden? Studenten en jonge professionals denken na over deze vragen.

Jonas Martens, docent stedelijke klimaatadaptatie bij de opleiding Watermanagement van de Hogeschool Rotterdam en betrokken bij Rotterdams WeerWoord, ziet hoe studenten zich met deze onderwerpen bezighouden. In de Weerbaren-column delen studenten en jonge professionals hun onderzoek, kennis en ideeën over de toekomst van Rotterdam.

Interview tussen docent Jonas Martens en student Niels Baars (opleiding Watermanagement van de Hogeschool Rotterdam)

Veilig zijn voor het water is de basis

“De basisvoorwaarde is dat we weerbaar zijn tegen hoogwater”, zegt Niels. Maar blijft dat in de toekomst nog wel zo vanzelfsprekend? Voor veel mensen lijken de gevolgen van de stijgende zeespiegel nog ver weg. Niels ziet dat anders.

“De keuzes die we nu maken, hebben invloed op mijn toekomst.”

Niels maakte vlak voor zijn vakantie tijd voor het interview. Nog maar een week eerder rondde hij zijn studie Watermanagement af. Voor zijn afstudeeronderzoek onderzocht hij één van de grootste vragen voor de toekomst van Rotterdam: kiezen we voor een open of een gesloten delta? Blijven we het water tegenhouden, of passen we ons aan en leren we samenleven met het water? Wachten we te lang, dan bepalen de omstandigheden uiteindelijk welke richting we op gaan. Sommige keuzes zijn later moeilijk of niet meer terug te draaien.

Waarom is deze keuze nodig?

Volgens de huidige verwachtingen blijft de zeespiegel stijgen. Rond het jaar 2100 kan de zeespiegel ongeveer één meter hoger staan dan nu. Ook daarna blijft de zeespiegel stijgen. Het KNMI verwacht dat deze stijging ook richting het jaar 2300 doorgaat. Daardoor krijgen vooral het westen van Nederland steeds meer te maken met de gevolgen van de stijgende zeespiegel. De waterstand in de Maas stijgt en de kans op overstromingen tijdens een storm neemt toe. Op dit moment beschermt de Maeslantkering Rotterdam nog goed tegen hoogwater. Maar er komt een moment waarop die bescherming alleen niet meer voldoende is. “Hoe meer je over dit onderwerp leert, hoe beter je beseft hoe groot en ingewikkeld deze keuze is.”

Voorspelling stijging zeespiegel Nederland
Volgens de KNMI-scenario’s blijft de zeespiegel ook na 2100 stijgen. Daardoor neemt de druk op de Nederlandse kust en de delta verder toe.

Twee mogelijke richtingen

Voor de toekomst schetst Niels een aantal mogelijke richtingen, die ik hier voor het gemak even samenvat tot twee extremen:

  • Een gesloten delta (beschermen): we houden het water zoveel mogelijk buiten.
  • Een open delta (meegroeien): we passen ons aan en leren leven met het water.

Beide keuzes hebben grote gevolgen voor de identiteit van de stad, de natuur, de landbouw, de haven en de economie, en de beschikbaarheid van zoet water. Daarom is het belangrijk om de gevolgen van beide mogelijkheden goed te begrijpen voordat er een keuze wordt gemaakt.

Scenario 1: Een gesloten delta

Beschermen, een gesloten delta
In een gesloten delta houden dijken, dammen en sluizen het zeewater zoveel mogelijk buiten.

Bij een gesloten delta houden we het zeewater zoveel mogelijk buiten. Delen van het water rond Rotterdam worden afgesloten, waardoor de Maas niet langer in open verbinding staat met de zee. Er ontstaat een groot Maasmeer met vooral zoet water. Deze keuze heeft voor- en nadelen. Een voordeel is dat de landbouw grotendeels kan doorgaan zoals nu. De bodem wordt minder snel zout, waardoor veel landbouwgebieden geschikt blijven voor traditionele landbouw.

Daar staat tegenover dat voor de haven en de scheepvaart veel verandert. Jaarlijks varen ongeveer 100.000 schepen door de Rotterdamse haven. In een gesloten delta kunnen zij niet meer rechtstreeks naar het achterland varen. Zij moeten dan via een groot sluizencomplex of een andere vaarroute, bijvoorbeeld langs het Haringvliet, hun bestemming bereiken. Ook moeten dijken steeds hoger en breder worden. Daarnaast zijn steeds grotere pompen nodig om regen- en rivierwater af te voeren. Nederland wordt daardoor steeds meer afhankelijk van dijken, pompen en andere technische systemen.

“Zeker in het licht van de huidige spanningen en geopolitieke ontwikkelingen, is een mechanische oplossing van dijken en pompen die als het ware een permanent risico op natuurrampen tegenhouden, best wel spannend.”

Daarmee bedoelt Niels dat Nederland – in dit toekomstbeeld – steeds meer afhankelijk wordt van dijken en pompen om het water buiten te houden. Hij vraagt zich af of dat in de toekomst de beste keuze is. Kiest Nederland eenmaal voor een ‘dure’ gesloten delta en worden deze maatregelen uitgevoerd, dan is het later bijna niet meer mogelijk om alsnog over te stappen op een open delta. Je doet zo’n investering immers niet voor niets.

Scenario 2: Een open delta

Meegroeien, een open delta
In een open delta krijgt het water op sommige plekken meer ruimte en past de omgeving zich aan.

Bij een open delta kiezen we voor een andere aanpak. We proberen het water niet overal tegen te houden, maar passen onze leefomgeving aan het (hoge) water aan. Dat betekent niet dat we alles onder water laten lopen. Belangrijke gebieden, zoals woonwijken en andere kwetsbare plekken, blijven beschermd en we treffen maatregelen in het buitendijks gebied. Dit kan een spannende dynamische stad op leven met veel kwaliteit. En Rotterdam krijgt een Deltalandschap van het formaat Veluwe in de achtertuin. Op andere plekken kan het water juist bewust meer ruimte krijgen. Daar is dan vooraf rekening mee gehouden.

“We zullen een andere manier van stadsontwikkeling moeten omarmen waarbij we leren leven met het water”, zegt Niels.

Dat betekent bijvoorbeeld dat gebouwen op palen of op drijvende constructies worden gebouwd. Ook kunnen belangrijke voorzieningen, zoals elektriciteit en andere technische installaties, op hogere verdiepingen worden geplaatst in plaats van op de begane grond. Niet alleen steden veranderen. Ook andere delen van Nederland krijgen met deze keuze te maken. Zeewater kan verder het land in komen, waardoor landbouwgrond geleidelijk zouter of natter wordt en transitielandbouw een grotere rol zal krijgen.

Daar staat tegenover dat er ook nieuwe kansen ontstaan voor de natuur. Rivieren en natuurgebieden krijgen meer ruimte en kunnen meegroeien met de stijgende zeespiegel. Een open delta heeft nog een belangrijk voordeel. Zolang Nederland voor deze richting kiest, blijft het mogelijk om later alsnog over te stappen op een gesloten delta als dat nodig blijkt.

Een keuze die we samen moeten maken

Niels maakt zich soms zorgen. Niet alleen over de gevolgen van klimaatverandering, maar ook over hoe weinig dit onderwerp leeft in de samenleving. Die zorgen leven ook bij de organisaties waarvoor hij zijn afstudeeronderzoek deed: de gemeente Rotterdam, Deltaprogramma Regio Rijnmond-Drechsteden en het lectoraat Klimaat & Water.

“Ik hoop niet dat we een ramp nodig hebben om voor ons te kiezen.”

Nederland moet niet wachten tot een overstroming of andere ramp de beslissing voor ons neemt. Veel mensen maken zich hier nog weinig zorgen over. Dat is begrijpelijk, omdat Nederland al lange tijd goed beschermd is tegen hoogwater. Toch betekent dat niet dat er niets hoeft te gebeuren. De keuze voor een open of gesloten delta is niet alleen een technische beslissing. Ze heeft gevolgen voor de manier waarop we wonen, werken, reizen en omgaan met natuur en water.

Maar wie neemt die beslissing straks? En hoe ziet zo’n besluitvormingsproces er eigenlijk uit? En wanneer is het juiste moment? Hebben we genoeg kennis om een besluit te nemen, of blijven we steeds meer onderzoek doen? Bestaat er eigenlijk wel één beste oplossing? Daarom is het belangrijk dat overheden, onderwijs- en kennisinstellingen, bedrijven en inwoners hierover met elkaar in gesprek gaan. We moeten beter begrijpen welke mogelijkheden er zijn en welke gevolgen die hebben.

Een hulpmiddel om keuzes te maken

Om daarbij te helpen ontwikkelde Niels voor zijn afstudeeronderzoek een afwegingskader. Dit is een hulpmiddel om verschillende mogelijkheden voor de Nederlandse delta eerlijk met elkaar te vergelijken. Het afwegingskader geeft geen eindantwoord. Het helpt om de gevolgen van verschillende keuzes met elkaar te vergelijken en de samenhang te vinden. Veel maatregelen kosten jaren of zelfs tientallen jaren om voor te bereiden en uit te voeren. Daarom is het belangrijk om nu al na te denken over de ruimte die in de toekomst nodig zal zijn. Sommige keuzes zijn later heel moeilijk, te kostbaar of niet meer te veranderen.

Schetsontwerp van Niels Baars voor een toekomstbestendige deltametropool
Schetsontwerp van Niels Baars voor een toekomstbestendige deltametropool.

Als afsluiting van het gesprek vraag ik Niels welke richting hij zelf zou adviseren. Zijn antwoord is duidelijk, maar niet zwart-wit. “Een combinatie van open en gesloten.” Hij ziet deze twee richtingen niet als tegenpolen. Op sommige plekken blijft bescherming nodig. Op andere plekken kan meer ruimte komen voor water. Dat is zo’n politiek correct antwoord dat ik er volmondig achter zou staan als Niels over een decennia onze nieuwe Deltacommissaris is. Ik hoop precies op het moment als deze beslissing genomen moet worden.

Hoe Nederland er over honderd of tweehonderd jaar uitziet, weten we niet. Wel weten we dat de zeespiegel blijft stijgen en dat de keuzes van vandaag invloed hebben op de generaties van morgen. De vraag is daarom niet óf Nederland zich moet voorbereiden op de toekomst, maar hoe. Kiezen we ervoor om het water zoveel mogelijk buiten te houden? Of leren we meer samenleven met het water?

Contact: Jonas Martens – j.r.j.martens@hr.nl

Lees ook: Weerbaren-column: De stad onder onze voeten – hoe grondwater ons groen kan redden