Vraagstukken van een verkenner
Overzicht
  • vandaag

Vraagstukken van een verkenner

Er komen belangrijke transities op ons af, maar wie bepaalt welke transitie voorrang krijgt? Of: hoe neem je de Rotterdammer mee in het gesprek over eventuele overstroming? Floor van den Bergh is als landschapsontwerper gegrepen door klimaatadaptatie en wat dit betekent voor het ontwerp van de stad, van plekken en gebouwen. Het ontwerpen op dit relatief onontgonnen terrein levert fascinerende vraagstukken op. We belichten vier actuele projecten van Floor en de vraagstukken die haar daarbinnen bezig houden.

 

StraaDkrant (met BoschSlabbers)

Brandende vraag: Hoe kunnen wij de ondergrond beter inzetten om belangrijke transities een plek te geven?

Dat we in een tijdperk van transitie leven, is welbekend. Dat er daarbij maar liefst acht transities op ons afkomen, wellicht iets minder. Toch is dat wat er op de stad afkomt, verwacht Floor van den Bergh. Ze somt ze op: ‘De klimaatadaptieve stad, de biodiverse stad, de circulaire stad, de sociaal-duurzame (inclusieve) stad, de aardgasvrije stad, de verdichte stad (tot 2030 1 miljoen woningen erbij in de bestaande steden), de bereikbare stad en de digitale stad.’ Wat veel van deze transities gemeen hebben, zegt Floor, is dat ze een beroep doen op onze ondergrond. ‘Hoe meer we onze stad verdichten, hoe meer kabels, leidingen en dergelijke we onder de grond moeten stoppen. Voor de klimaatadaptieve stad, willen wij daarnaast bijvoorbeeld infiltratiekratten onder de grond aanbrengen, bomen planten of wadi’s aanleggen. Voor onze energietransitie willen wij bijvoorbeeld een warmtenet onder de grond aanleggen. Zo doen we allemaal aanspraak op de ondergrond.’

Het probleem is: de ondergrond in de stad ligt al zo vol. Floor: ‘En dat niet alleen. We kennen de ondergrond ook zo slecht. Vanuit het idee “wat je niet ziet, dat is er niet”, zijn we er de afgelopen decennia ontzettend slordig mee omgegaan. We hebben als samenleving veel in de ondergrond aangebracht, maar dit slecht gedocumenteerd. We weten daardoor nauwelijks waar alles ligt: kabels en leidingen, bommen uit de Tweede Wereldoorlog, archeologische schatten, septic tanks, loze leidingen. Iedereen weet wát, maar niemand heeft het totaaloverzicht. Ook is het super onhandig dat we kabels en leidingen maar in het wilde weg hebben gelegd. Nu kan het zo zijn dat je ergens een warmtenet wilt aanleggen of een boom wilt planten en dat dit helemaal niet meer kan. Zonde!’

Tot slot, zorgen we slecht voor onze bodem. ‘In Nederland zijn veel landbouwgronden uitgeput, door onze mono-cultuur. Maar ook in de stad hebben we weinig florerende gronden. Als we een biodiverse en klimaatadaptieve stad willen, helpt een gezonde bodem. Want die houdt het water beter vast, is minder kwetsbaar voor droogte, reinigt vervuiling makkelijker, zorgt voor gezondere en veerkrachtiger planten en produceert meer. Ook belangrijk als we inzetten op stadslandbouw. Laten we er dus beter voor zorgen!’

Over dit alles is Floor, samen met BoschSlabbers landschapsarchitecten, een nummer van de straaDkrant aan het maken. StraaDkrant is een magazine over klimaatadaptatie, geïnitieerd in 2016 door Floor en Bosch Slabbers. ‘Voor dit nummer brengen we uitgebreid in kaart hoe de bodem onder een straat in elkaar zit en waar kansen liggen om de ondergrond slimmer in te zetten, zodat we nog jarenlang goed kunnen wonen in onze steden. Het nummer wordt ook een oproep om onze ondergrond niet te vergeten!’ StraaDkrant 5 komt uit voor de Kerst.

Impressie van de straat van de toekomst door De StraaD.

Rotterdamse Stijl (samen met Gemeente Rotterdam)

Brandende vraag: hoe bepalen we welke transitie voorrang krijgt?

 Alle bovengenoemde transities doen dus aanspraak op onze ruimte. Onder de grond, maar ook daarboven. Floor: ‘Vaak gaan die verschillende aanspraken samen, maar even vaak conflicteren ze. Hoe bepalen we in zulke gevallen welke transitie voorrang krijgt? Wat is belangrijker? En wie bepaalt dat?’ Stel, je wilt in een straat bomen planten voor meer koelte en betere wateropvang, maar ook een warmtenet onder de grond aanleggen. Beide past niet als we het doen zoals we het altijd doen. Floor: ‘Wat heeft dan voorrang: klimaatadaptatie of energietransitie? En wie bepaalt dat? Een ander voorbeeld. We willen een inclusieve stad, toegankelijk voor iedereen: rolstoelen, kinderwagens, rollators. Dat vraagt om zo min mogelijk hoogteverschillen in de openbare ruimte, maar voor je waterbuffering wil je juist veel hoogteverschillen, bijvoorbeeld hoge stoepranden. Wat dan?’

Het antwoord is volgens Floor dat het altijd maatwerk is. Elk gebied is anders, elke straat. ‘In de buurt van een zorgcentrum let je misschien meer op toegankelijkheid, elders misschien meer op wateropvang. Het probleem is: het doel van de Rotterdamse stijl is juist eenheid creëren, het ontwikkelen van een overkoepelende stijl, die de ontwikkeling van de stad beheersbaar maakt.’ Rotterdamse stijl gaat over de materialen die we gebruiken in Rotterdam. Welke stoeptegels? Welke lichtmasten? Welke kleuren? Maar ook afmetingen: hoe breed is de stoep? Of een parkeervak? Floor is erbij gehaald om te helpen de Rotterdamse stijl klimaatadaptief te maken. Ze kijkt bijvoorbeeld naar open verharding, de manieren waarop we in Rotterdam regenpijpen afkoppelen of de vraag of sommige hoofdwegen hoger kunnen liggen, zodat ze bij calamiteiten droog staan. Floor: ‘De vraag is: betekent de vraag om maatwerk dat je geen algemene richtlijnen kunt ontwikkelen? Of kun je toch algemene richtlijnen behouden en aanpassen aan de lokale situatie? En wat krijgt er waar voorrang?’

 

IABR (Samen met Marieke Vromans)

Brandende vraag: Hoe laten we de Rotterdammers nadenken over een eventuele overstroming?

 Floor houdt zich niet alleen bezig met het hier en nu van de transities, maar ook met de langere termijn scenario’s. Ze werkt mee aan de inzending van Rotterdams WeerWoord voor de IABR (Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam). In het kader van het onderdeel ‘Water as Leverage’ laat Rotterdams WeerWoord vier toekomstscenario’s zien: wat kan klimaatadaptatie in 2060 betekenen? ‘Samen met beeldend kunstenares Marieke Vromans hebben wij nagedacht over de vraag: hoe ziet Rotterdam er in 2060 uit als we het water laten komen? En: hoe willen we als Rotterdammers leven in deze ondergelopen stad? Wat daarbij voor mij écht een eye opener was: als je het water laat komen, lossen heel veel problemen, zoals bodemdaling, grondwateroverlast en droogte, zich vanzelf op. Niettemin is het natuurlijk een pittig scenario. Want wat betekent het als je de stad laat onderlopen? Wat wil je redden? Waar hecht je waarde aan en wat niet? Hoe zou je als mensen willen en kunnen samenleven te midden van al dit water?’

Floor en Marieke denken dat het minder goed werkt om heel veel verschillende soorten mensen te mixen omdat je je dan minder verbonden voelt met elkaar, maar dat een formule van leefgemeenschappen (woonknopen) op basis van gedeelde waarden het beste zou kunnen werken. Elke leefgemeenschap bedenkt zelf hoe zij aan voedsel komen, hoe zij met afval omgaan, etc. Floor: ‘Interessant is om te overdenken welke werkzaamheden de bewonerscollectieven zelf doen en wat de gemeente of overheid nog doet? En misschien wel de belangrijkste: hoe zorgen we dat die woonknopen geen gated communities worden? In ons ontwerp heeft elke woonknop een eigen stadsfunctie, zodat er altijd mensen van buiten jouw woonknoop komen. Maar is dat genoeg?’

Floor en Marieke ontwikkelen op dit moment een soort marktkraam op wielen die door de stad kan rijden. Een marktkraam met een maquette, waarin het water opkomt. Aan de hand van de rondrijdende marktkraam willen ze in gesprek gaan met Rotterdammers over dit scenario.

De Keilezaal waar het toekomstscenario van Floor en Marieke in januari te zien zal zijn.

Koelsingel (samen met Joost van Dijk en Jowan de Haan)

Brandende vraag: waar kun je heen als het heet is?

 Overstroming mag dan een van de mogelijke langetermijn gevolgen van klimaatverandering zijn, deze zomer hebben we een van de korte termijn gevolgen aan den lijve ondervonden.

Floor: ‘Toen het deze zomer zo heet was, vroeg ik me écht af waar ik heen kon. In Leiden zwommen ze in de Singel. Dat zou ik in Rotterdam niet durven. In de Kralingse Plas was blauwalg gesignaleerd. De studieplekken in de bieb waren te heet en waren daarom gesloten. Hebben we dan wel genoeg koele plekken voor 600.000 Rotterdammers? Zeker nu we door Corona veel meer ruimte nodig hebben? Die koele ruimte hoeft niet per se buiten te zijn. Het kunnen ook gebouwen zijn in de stad waar je heen kan. Schuilkelders of gebouwen waar je kunt afkoelen: gewoon even werken of verblijven. Laten we nieuwe openbare gebouwen zo ontwerpen dat ze koelte bieden op hete dagen.’

Het idee Koelsingel, dat Floor onlangs met landschapontwerper Joost van Dijk en grafisch ontwerper Jowan de Haan maakte, gaat hierover. Het idee speelt erop in dat de Heemraadsingel binnenkort op de schop gaat en is een pleidooi aan de gemeente om expliciet rekening te houden met hitte en verkoeling. Koelsingel is een potentiële verkoelende route van Rotterdam Noord naar de Maas, waarlangs je kunt fietsen, wandelen of verblijven. Floor: ‘De singels zijn de koelste lijnen door Rotterdam, maar Joost en ik willen ze eigenlijk nóg koeler zien, door meer grote bomen te planten, aanleg van (drink)fonteinen en plekken waar je kunt pootjebaden of zwemmen. Zo denk ik dat er steeds meer plekken in de stad moeten komen, waar expliciet rekening wordt gehouden met afkoelen. Er zijn veel Rotterdammers, dus we moeten veel plekken hebben. En: verspreid door de stad heen, zodat ze makkelijk toegankelijk zijn voor iedereen.’

Fragment van de Koelsingel door Jowan de Haan.

Kijk ook naar deze andere mooie projecten van Floor:

Tekst: Esther Barfoot