Met de natuur mee tuinieren
Overzicht
  • 29/07/2020

Met de natuur mee tuinieren

De pleinen van vijf oude schoolgebouwen van SKAR (Stichting Kunstaccommodatie Rotterdam) transformeren tot voedselbostuinen. Mooie plekken met eetbaar groen, zoals noten en bessen, die zonder mest en bestrijdingsmiddelen worden verbouwd. Maar de visie achter de voedselbostuinen gaat veel verder. Een interview met Max de Corte van Coöperatie Ondergrond, dat zorgt voor het ontwerp, de aanleg, het beheer en de oogst van de tuinen.

Het concept van het voedselbos werd zo’n vijfentwintig jaar geleden ontwikkeld door de Engelsman Martin Crawford, onder de noemer forest garden of food forest. Maar vanuit de permacultuur bestaat het concept nog langer. Het voedselbos combineert de kennis van hoe wij vroeger voedsel verzamelden en verbouwden met de wetenschap van nu. Max: ‘Een van de grootste onjuistheden in de geschiedenisboeken is dat de mens zich heeft ontwikkeld van jagers en verzamelaars tot landbouwers. Dat is niet waar; daar tussenin zijn we de natuur gaan tuinieren. Native Americans, bijvoorbeeld, beheerden hun bossen al. Nuttige planten lieten ze staan en door ze te stekken zetten ze er meer van neer. Ze beheerden en oogsten ze.’ Het idee van voedselbosbouw is dat dit tuinieren van de natuur op de lange termijn beter werkt dan reguliere landbouw.

‘Een van de grootste onjuistheden in de geschiedenisboeken is dat de mens zich heeft ontwikkeld van jagers en verzamelaars tot landbouwers. Dat is niet waar; daar tussenin zijn we de natuur gaan tuinieren.’

Max: ‘Op de korte termijn kent de landbouw, zoals we deze hebben ontwikkeld, grote opbrengsten. Maar op de langere termijn putten we de grond uit, vergiftigen we het milieu, schaden we de biodiversiteit en creëren we heel veel stikstof. De mens creëert hele kwetsbare systemen, in tegenstelling tot de natuur.’ Het voedselbos probeert het beste van beide te verenigen: kennis van vroeger en de wetenschap van nu. Max: ‘Met de natuur meewerken en zo voedselproductie leveren. De voedselbostuinen zijn mini-ecosysteempjes, die zo veerkrachtig en zelfvoorzienend mogelijk zijn. En nuttig: niet alleen zorgen ze voor rust en voedsel, maar ook voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en CO2-opslag.’

In een voedselbos doet de natuur het meeste werk. De groeiwijze van een natuurlijk bos wordt nagebootst, met een grote diversiteit aan meerjarige gewassen in groeilagen van verschillende hoogte. Meerjarig, want dat is duurzamer dan eenjarige gewassen. De hoogste bomen zijn bijvoorbeeld tamme kastanje, walnoten, hartnoten, appel-, peer– of pruimenbomen. Hieronder kunnen weer noten- en fruitstruiken staan zoals hazel- en lambertsnoten, frambozen, bosbessen, rode en zwarte bessen etc. Daarbij kunnen er eetbare klimmers in de bomen groeien, denk aan Japanse wijnbes, braam, boysenbes of zelfs een Siberische kiwi. Daaronder of in open plekken in het bos kunnen groentes, bloemen en kruiden groeien als rabarber, asperges, kruizemunt of knolgewassen zoals aardperen en yacon. En tot slot zijn er nog de bodemkruipers zoals aardbeien of daslook. Ook zijn er bomen, zoals de Linde, waarvan je de bladeren kunt eten.

Vergeten groenten, noten en vruchten

Het leuke als je met Max praat, is dat er allerlei onbekende namen langskomen van noten, groenten en vruchten. ‘Dat klopt!’, zegt Max ‘er zijn zo’n 5000-7000 bomen en planten die je kunt gebruiken in dit systeem. Veel zijn vergeten groenten, noten en vruchten. Zo is er bijvoorbeeld ook de paw paw, een vergeten vrucht uit Noord-Amerika met een tropische mango & banaan-achtige smaak, die het hier prima doet. Een dergelijke smaak hoeft dus niet per se van ver te komen. Deze verschillende soorten planten bij elkaar vormen een volwaardig dieet.’

Max en zijn collega’s Paul de Graaf en Bastiaan Rooduijn van Coöperatie Ondergrond zijn dus structureel bezig hun kennis van eetbare planten te vergroten. Ook zijn ze in gesprek met restaurants en chefkoks over de toepassing ervan. ‘En binnenkort krijgen we een nieuwe collega die zich fulltime bezig gaat houden met o.a. fruitleer en het leren verwerken van oogst uit het voedselbos, bijvoorbeeld door deze te drogen, te fermenteren, te wecken.’ Zij (Marly Bonten; al 8 jaar bezig op dit vakgebied) gaat kijken: wat heeft potentie en wat niet?

Veerkrachtig systeem

Daarnaast leidt deze rijke variatie van bomen en planten ertoe dat je nauwelijks onkruid hoeft te wieden of aan plaagbeheersing hoeft te doen. Het ecosysteem ondervangt deze problemen. Lieveheersbeestjes en koolmezen eten de luizen. Max: ‘Wij zorgen er op onze voedselboslocaties ook altijd voor dat vogels en insecten meer dan alleen luizen te eten vinden en dat er altijd “huisvesting” voor hen is, waardoor er dus ook altijd insecten, roofinsecten, vogels en roofvogels aanwezig zijn of op zijn minst in de buurt zijn.’ In het voedselbos hoef je dus geen giffen te gebruiken. Door een zorgvuldig afgestemde soortenkeus vorm je ook een gezond en veerkrachtig systeem waarin het bodemleven zich snel herstelt en de bodemvruchtbaarheid op natuurlijke wijze in stand wordt gehouden. De bodem en de gewassen raken dus niet uitgeput, zoals bij reguliere landbouw, maar worden juist steeds gezonder.

Max: ‘Sterker nog, een bos is pas na 350 jaar echt op zijn top. Dat heeft te maken met de schimmeldiversiteit in de bodem. Een ecosysteem wordt gezonder naarmate het ouder wordt en een steeds meer verschillende schimmels bevat. Maar het aantal schimmels neemt maar heel langzaam toe.’ De naam Coöperatie Ondergrond hebben de mannen dan ook niet voor niets gekozen. ‘Er zit een heel dun laagje op de aarde en daar komt al het leven uit voort. Laten we ons hieraan aanpassen, in plaats van dat wij onze wil opdringen aan deze grond.’

‘Een bos is pas na 350 jaar op zijn top. Dat heeft te maken met de schimmeldiversiteit in de bodem.’

Rotterdam heeft inmiddels negen voedselbostuinen, variërend van 100 tot 15.000 vierkante meter. ‘We zitten met Voedselbos De Overtuin in Trompenburg Tuinen & Arboretum in Kralingen. We zitten op de pleinen van diverse basisscholen, bij een aantal zorgcentra, in de tuin van een studentenhuis. Daar komen nu deze zes voedselbostuinen op SKAR-locaties bij, mede-gefinancierd door Rotterdams WeerWoord. Hildegardisstraat 8 is nu aangelegd en aangeplant. Borgerstraat 24 is aangelegd, maar nog niet aangeplant. Max: ‘Dat gebeurt in november. Dan komen de sapstromen van bomen en planten tot rust en kun je ze beter verplaatsen.’ Hildegardisstraat 15 is aangelegd, nog niet beplant, maar er staan veel bomen. Ook aan de Akkersdijksetraat en de Berkelselaan worden voedselbostuinen aangelegd. Als deze vijf locaties een succes worden, breidt SKAR mogelijk uit met nog meer voedselboslocaties. In totaal heeft SKAR 25 panden met betaalbare werkruimte voor de creatieve sector.

De stad als groot voedselbos

Maar de ambities van de mannen van Coöperatie Ondergrond reiken verder. Max: ‘Wij zien de stad als middel om het platteland te veranderen. Wereldwijd hebben de steden voor een hoop problemen gezorgd. Eigenlijk voert de stad een soort koloniaal bewind over het platteland. Het land wordt uitgewoond, zodat de bewoners in de stad genoeg te eten hebben. Wat ons betreft, wordt de stad één groot voedselbos en gaat het groen voor de stenen uit. Het wordt een groot ecosysteem, met ruimte die open wordt gelaten voor de bouw van woningen en andere panden. Daarmee is de stad in balans.’ Het platteland wordt wat Coöperatie Ondergrond betreft: meer bosecosystemen, échte natuur. ‘Het klinkt misschien een beetje hard, maar in Nederland kennen wij niet echt natuur. We kennen vooral monocultuur. Ook onze bossen bestaan uit een zeer beperkt aantal soorten bomen en planten en dus een vrij schraal bodemleven.’

‘Eigenlijk voert de stad een soort koloniaal bewind over het platteland. Het land wordt uitgewoond, zodat de bewoners in de stad genoeg te eten hebben.’

Bewustwording, onderzoek, kennis delen en mensen aantrekken en opleiden, is een belangrijk onderdeel van het werk van Coöperatie Ondergrond. Behalve tuinen aanleggen, geven ze les, organiseren ze rondleidingen en excursies, en adviseren ze. En binnenkort brengt de Coöperatie ook haar eerste boekje uit; over hun ervaringen met Voedselbos De Overtuin. Ook werken ze samen met Stichting Voedselbos Nederland aan een programma op grotere schaal. In Barendrecht wordt o.a. een groot stuk landbouwgrond getransformeerd tot het 9 hectare tellende Natuurgoed Ziedewij, met 6 hectare voedselbos.

Wordt vervolgd! We houden je op de hoogte van de ontwikkeling van de voedselbostuinen op de SKAR-locaties.

Kijk in de tussentijd vooral op de Facebook-pagina van Coöperatie Ondergrond, voor allerlei updates over bestaande en nieuwe Voedselbostuinen, rondleidingen en excursies. Ook vind je er volop informatie (veel filmpjes) over onverwachte eetbare planten en de toepassing ervan.